Dit najaar presenteert De Hallen Haarlem een internationale groepstentoonstelling He disappeared into complete silence: rereading a single artwork by Louise Bourgeois. Centraal in deze tentoonstelling staat het boekje He disappeared into complete silence(1947), een relatief onbekend kunstwerk van de Frans-Amerikaanse kunstenaar Louise Bourgeois (1911-2010). Dit boekje vormde voor de samenstellers van de tentoonstelling, Laurie Cluitmans en Arnisa Zeqo, de inspiratiebron voor een tentoonstellingsproject. CultuurBewust sprak met de dames over hun tentoonstelling.

Hoe kwamen jullie op het idee om een tentoonstelling rond een kunstwerk van Louise Bourgeois te organiseren? En hoe kennen jullie elkaar?
LC: We kennen elkaar van Simulacrum (Kunsttijdschrift van de Universiteit van Amsterdam – red.) waar we allebei in de redactie hebben gezeten. We bezochten afzonderlijk van elkaar in 2008 de overzichtstentoonstelling van Louise Bourgeois in Parijs en in Londen en het boekje He disappeared into complete silence liet bij ons beiden veel indruk achter.
AZ: Het kunstwerk is heel speciaal voor ons en al snel wisten we dat we een tentoonstelling wilden organiseren met dit specifieke kunstwerk. We wisten op dat moment nog niet in welke vorm, maar via Mieke Bal zijn we in contact gekomen met de Louise Bourgeois Studio om meer te weten te komen over dit werk. Een jaar geleden hebben we vervolgens een projectvoorstel gedaan voor De Hallen Haarlem en daarvoor de curatorenbeurs gekregen.

Hoe werden vervolgens de andere kunstwerken in deze tentoonstelling geselecteerd?
AZ: Het boekje is een sleutelwerk voor het begrijpen van Bourgeois’ oeuvre en de culturele context waarin zij werkte. We willen met deze tentoonstelling de relevantie van dit kunstwerk voor de hedendaagse kunst benadrukken. De andere getoonde kunstwerken zijn zeer verschillend in verschijningsvorm en context, maar zijn verweven met de thema’s die in de parabels en etsen in het boekje aan de orde komen.

Welk kunstwerk hadden jullie meteen voor ogen?
LC: Een kunstwerk waar we meteen aan moesten denken was de film Johan – François (Afasie) (2001-2003) van de Belgische kunstenaar Sven Augustijnen. Een werk dat de onmogelijkheid van communicatie toont via twee patiënten die lijden aan afasie; een taalstoornis als gevolg van hersenbeschadiging. Het werk van Bourgeois gaat ook over miscommunicatie en een van de parabels gaat over een oorlogsveteraan die door verlies van gehoor van de wereld wordt afgesloten.

Hoe vrij waren jullie met het selecteren van de kunstwerken? Konden jullie bijvoorbeeld alleen kunstwerken uit de vaste collectie van De Hallen Haarlem selecteren?
AZ: We werden eigenlijk heel vrij gelaten met het selecteren van de werken, maar we hadden vaak overleg met Xander Karskens (de vaste curator van De Hallen – red.). Uit de vaste collectie van de Hallen Haarlem zijn alleen de werken van Charles Atlas, Sven Augustijnen, Tracy Emin, Paul McCarthy & Mike Kelley afkomstig. De overige kunstwerken zijn bruiklenen.
LC: Het kostte erg veel tijd om kunstwerken te onderzoeken en te traceren. We waren soms drie uur bezig met het schrijven van een mail naar een kunstenaar om een bepaald kunstwerk aan te vragen.

Zijn er ook kunstwerken die jullie hadden willen tonen, maar wat uiteindelijk niet gelukt is?
LC: We wilden graag het werk Song for Lupita van Francis Alÿs tentoonstellen, maar helaas werd dit werk al aan een ander museum uitgeleend.

Gaan jullie vaker projecten samen organiseren?
LC: We zijn nu nog druk bezig met de publicatie van de tentoonstelling, die binnenkort klaar is. Verder staat er een residence in Istanbul op het programma en organiseren we tentoonstellingen in samenwerking met andere tentoonstellingsmakers en kunstenaars in Rongwrong Artspace bij Arnisa thuis.
AZ: Op dit moment is het werk van de vorige bewoner van het huis Raoul Dohmen (1944-2005) te zien in Rongwrong. De tentoonstelling is in samenwerking met zijn dochter en kunsthistoricus Hester Jenkins als eerbetoon voor hem en zijn werk. Een project dat ook erg bijzonder is voor ons.