Interview Louwrien Wijers door Julia Geerlings

Food is the Future

Louwrien Wijers(1941, Aalten), kunstenaar, schrijver en organisator van de panelbijeenkomsten Art meets Science and Spirituality in a changing Economy in Amsterdam in 1990, een discussie tussen kunstenaars, filosofen en wetenschappers zoals die tegenwoordig vaker worden georganiseerd. Momenteel woont ze in Friesland waar ze, in samenwerking met het Mondriaan Fonds, haar studio en archief openstelt voor kunstenaars en andere belangstellenden.

 

Door Julia Geerlings

Op een zonnige dag in juli neem ik de trein van Amsterdam naar Leeuwarden en de bus naar Ferwerd. In dit kleine pittoreske dorpje in Friesland ontmoet ik beeldend kunstenaar en schrijver Louwrien Wijers in haar atelier. Wijers was vanaf begin jaren zestig betrokken bij internationale kunstbewegingen als Fluxus, conceptuele kunst en performancekunst en schreef hierover voor kranten en tijdschriften. In haar atelier in Ferwerd is haar hele archief te bewonderen en documenteert ze tot op de dag van vandaag alle gesprekken en ontmoetingen met kunstenaars en denkers. Wijers en haar partner Egon Hanfstingl (zowel kok als kunstenaar) ontvangen mij met open armen.

 

Julia Geerlings: De eerste keer dat ik je ontmoette was in de Tent of Healing van AA Bronson in het Stedelijk Museum in 2013. Ik moet bekennen dat ik toen niet wist wie je was. Pas later kwam ik erachter wat je allemaal gedaan hebt. Zou je me iets kunnen vertellen over je beweegredenen om als journalist aan de slag te gaan in het begin van je carrière?

Louwrien Wijers: ‘Het begon op de middelbare school waar ik hoofdredacteur van de schoolkrant was. Ik was dol op kunst, schreef over tentoonstellingen en maakte het omslag met vlakken rood en blauw, geïnspireerd door het grafisch werk van Sandberg, toen directeur van het Stedelijk Museum en ontwerper van de catalogi. Een tekenleraar adviseerde mij om me aan te melden voor de kunstacademie, maar ik was doodsbang om geïndoctrineerd te worden. Ik voelde jong al aan dat je veel over kunst kunt leren door met kunstenaars te praten. Voordat er kunstacademies bestonden, gingen kunstenaars toch ook in de leer bij andere kunstenaars om het vak te leren. Die manier van denken leer je niet op de kunstacademie, dat leer je door over de vloer te komen bij inspirerende kunstenaars. Ik ging solliciteren en begon, net negentien, voor het Nieuwsblad van het Noorden te werken en later voor diverse andere kranten en bladen.’

 

Wanneer besloot je kunstenaar te worden of zelf kunst te gaan maken?

‘In 1964 woonde ik een paar maanden in Parijs in Hotel de Carcassonne aan de Rue Mouffetard, het hoofdbureau van Fluxuskunstenaars Daniel Spoerri, Erik Dietmann en Robert Filliou in Parijs. Iedere ochtend zat een groep Fluxusmensen bij elkaar en ik mocht daarbij aanschuiven. Zij toonden me een totaal nieuwe benadering van kunst. Dat was een bevrijding. Filliou had een achtergrond in de economie en had werkelijk briljante ideeën, waarin vrijheid het meest noodzakelijke element in de kunst belichaamde. In 1968 leerde ik tijdens de documenta in Kassel Joseph Beuys en zijn Aktionen kennen en via de gesprekken tussen Beuys en Filliou leerde ik zijn beroemde ideeën als “creativiteit is het werkelijke kapitaal” en “ieder mens is een kunstenaar” kennen. In 1968 ging ik twee jaar naar New York en kwam ik in contact met Robert Rauschenberg, Donald Judd, Carl Andre en Lawrence Weiner. Toen ik Weiner leerde kennen leefde hij met twee vrouwen, dat was helemaal nieuw voor mij. Later dat jaar hoorde ik over Anton Heyboer en zijn twee vrouwen Maria en Lotti en nog datzelfde jaar werd ik zelf de “tweede vrouw” van Ben d’Armagnac. Het was d’Armagnac die mij stimuleerde zelf kunst te maken in plaats van er alleen maar over te schrijven. Ik deed mijn eerste performances in 1972 en samen met d’Armagnac.’

 

Hoe zag die kunst er precies uit?

‘Van 1973 tot 1979 was ik bezig met het maken van metalen sculpturen. Maar opeens zat het me dwars hoeveel mensen moeten lijden om metaal uit de mijnen te halen. Ik was overtuigd dat kunst immaterieel moest worden en vond het ouderwets om met kunstwerken te slepen. D’Armagnac had me in 1977 al geadviseerd mijn typemachine weer tevoorschijn te halen. Onder invloed van Beuys ben ik begonnen met “schrijven als sculptuur” en daarna met “mentale sculptuur”. Beuys had toen net zijn idee van de “sociale sculptuur” ontwikkeld, een radicale kunsttheorie waarbij ieder mens verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de samenleving waarin we leven. Ik heb destijds een interviewboek met hem gemaakt en op zijn verzoek dezelfde vragen gesteld aan Andy Warhol. Warhol stelde op zijn beurt voor dat ik ze ook aan de Dalai Lama zou voorleggen. De vragen hadden vooral betrekking op nieuwe economische ideeën en Beuys’ idee van de sociale sculptuur. Een jaar later, in 1982, heb ik een ontmoeting georganiseerd tussen de Dalai Lama en Beuys in Bonn, toen Beuys besloot een permanent co-operation met de Dalai Lama op te zetten, om van Tibet een voorbeeldland te maken voor de realisatie van een sociale sculptuur.’

 

Vormden deze bijeenkomsten de basis voor het latere Art meets Science and Spirituality in a changing Economy in het Stedelijk Museum in Amsterdam?

‘Ja, uit de bijeenkomst in Bonn groeide het idee om Art meets Science and Spirituality te organiseren, waar kunstenaars, wetenschappers, spirituele leiders en economen met elkaar in gesprek gingen. De Egyptische mysticus Hermes Trismegistus, die voor Mozes (dertiende eeuw voor Christus) leefde, noemde kunst, wetenschap en spiritualiteit de drie pilaren waarop iedere cultuur steunt. Beuys en Filliou waren meteen enthousiast, maar vonden dat er ook aandacht besteed moest worden aan economie. Pas later is er dus “in a changing Economy” aan toegevoegd. Filliou gaf me instructies hoe je zo’n groot evenement kon opzetten en Warhol keek ernaar uit om met de Dalai Lama om de tafel te gaan. Maar tijdens de voorbereiding, in 1986 en 1987, stierven zowel Beuys, Warhol als Filliou. Ik vroeg Robert Rauschenberg om de plek van Beuys in te nemen, en nodigde ook Lawrence Weiner, John Cage, JCJ Vanderheyden en Marina Abramović uit. Hoewel, Marina heeft eigenlijk zichzelf uitgenodigd. Zij is via mij in contact gekomen met belangrijke spirituele leraren en heeft dat op een meer entertainmentachtige manier ingezet in haar carrière. Ze is een nummer drie en zeven. Mensen met een nummer drie willen graag naar buiten treden en nummer zeven heeft een beeld van wat komt. Ik ben nooit zo carrièregericht geweest en vond het belangrijker om diepgaand onderzoek te doen en me vooral op mijn eigen ontwikkeling te richten. Ik heb de nummers acht en zes, dat is het onmogelijke mogelijk maken in de kunst. Wat is jouw geboortedatum?’

 

04-10-1985. (Wijers pakt pen en papier en rekent uit wat de bestemming van mijn leven is volgens de numerologie.)

‘Je eerste nummer is vier en jouw “destiny number” is een. Het belangrijkste getal in de numerologie. Je eerste nummer is overheersend tot je veertigste. Een vier is niet het makkelijkste nummer, een harde werker en een revolutionair, maar mensen zeggen nooit dankjewel voor het vele werk dat je doet. Het tweede nummer is een, dat geeft je enorm veel kracht. Als iedereen moe is zet jij je buitenboordmotor aan en stoomt lekker door.’

 

Goed om te weten. Wat waren de belangrijkste conclusies uit de bijeenkomsten in het Stedelijk?

‘Er zijn veel belangrijke conclusies uit voortgekomen. Voor mezelf stond in 1992 vast dat de zogeheten Saint Society een brug slaat tussen de werkelijkheid waarin wij nu leven en een verantwoorde samenleving, waarin individu, voeding en economie in balans zijn. Belangrijk was ook From a Competitive to a Compassionate Society en Compassionate Economy, waar ik me van 1998 tot 2005 op ben gaan richten. De Nobelprijswinnaar voor de wetenschap Ilya Prigogine, deelnemer in het tweede panel van Art meets Science and Spirituality in a changing Economy, verweet de mechanistische wetenschap dat het drie eeuwen lang een verkeerd beeld van de werkelijkheid heeft gegeven. De Dalai Lama, deelnemer in het eerste panel, stelde vast dat onze menselijke geest te veel gefocust is op externe doelstellingen. “We lanceren onszelf de ruimte in, terwijl we onze innerlijke ruimte nog moeten verkennen”, zei hij. “In deze tijd moet ons denken naar binnen gericht zijn. De kwaliteit van kunst is dat het mensen, die anders altijd naar buiten gericht kijken, zich naar binnen keren.” Volgens econoom Jan van den Brink loopt de globalisering van de economie aanzienlijk voor op de globalisering van de beleidskaders. Een ongebreidelde concurrentie is het resultaat. Van den Brink was het volledig eens met Beuys dat het ware kapitaal de menselijke creativiteit is. De invloed van voeding op onze toekomst is daar weer uit voortgekomen. Ik heb na 2008 veel voordrachten gehouden met als titel Science is the past, Art is the present, Food is the Future. “Voor een stabiele samenleving is het van belang dat niemand hongerig naar bed gaat”, zei Mahatma Gandhi. “Honger is de enige echte dictator”, vond hij. Over eten gesproken. Heb je zin in een vegetarische maaltijd? Egon kan heerlijk koken.’

 

Daar zeg ik geen nee tegen. Waar komt de fascinatie voor voeding vandaan?

‘Voeding loopt als een rode draad door mijn leven en werk heen. Mijn vader was banketbakker en kok voor grote diners. Dat was vroeger echt een vak apart, een kunst op zich. Onze geschiedenis kan ook verteld worden aan de hand van brood. We eten al zesduizend jaar brood. En brood, of het tekort aan brood, resulteerde in de geschiedenis in opstanden en zelfs revoluties. Op mijn 27e hoorde ik de Japanner George Ohsawa [die de Duitse vondst van het macrobiotische dieet nieuw leven inblies, red.] op de radio zeggen dat voor bijna alle mensen op deze wereld granen, groenten en bonen het basisvoedsel is. Wij leggen tegenwoordig veel nadruk op vlees, maar oorspronkelijk vormde dierlijk voedsel hooguit vijf procent van ons dagelijkse eten. Als alle mensen op onze planeet weer granen, groenten en bonen gaan eten zal er voldoende water zijn voor iedereen en zal er minder agressie zijn. Die vorm van eten zal ons innerlijk en uiterlijk gelukkiger maken. Alleen op die basis kunnen we stoppen met het dagelijks doden van duizenden dieren, die sinds het begin van ons mens-zijn altijd onze beste vrienden zijn geweest. In mijn muurschrijfsel van 2011 voegde ik “Niet Liegen/Niet Stelen/Niet Doden” toe aan “Granen/Groenten/Bonen” wat tot een betere wereld en een nieuwe wereldeconomie zal leiden. Mijn Indiase leraar hindoeïsme Shri Harish Johari, die van 1977 tot 1998 elke zomer naar Amsterdam kwam en steevast een periode bij mij op de Herengracht woonde, vindt dat je voor de ontwikkeling van wijsheid in de eerste plaats op de hoogte moet zijn van wat je eet. Kennis is direct verbonden met de chemische balans in ons lichaam en dus hersenen.’

 

Wat is de reden dat je in samenwerking met het Mondriaan Fonds recent een gastatelier hier in Ferwerd hebt opgezet?’

‘Ik zie mezelf niet als een leraar, meer als iemand met wie je van ideeën kunt wisselen. Ik vind het ontzettend leuk om anderen te helpen de talenten die ze hebben te ontwikkelen. Zoals in de Non-School van Filliou, waar een open dialoog gestimuleerd werd en doelen werden geformuleerd als “soms spreken, soms luisteren”. Hij voelde dat elke persoon een genie is. Onderwijzen en leren gaan face-to-face en mind-direct. Zowel ik als mijn volledige archief zijn beschikbaar tijdens het gastatelier. Zojuist heeft Aram Tanis zijn residentie in Ferwerd afgerond. Ik heb hem geholpen met het schrijven en hoe je daarmee dichtbij jezelf kunt komen. Straks komt Marc Bijl hier twee maanden en hij heeft gemaild dat hij geïnteresseerd is in de jaren zestig en zeventig. Ik verheug me op zijn komst.’

Op dat moment komt Egon met bordjes met rijst, tempura van groenten en geroerbakte brandnetel. We genieten in stilte van de heerlijke maaltijd.

 

Julia Geerlings is freelance curator en schrijver woonachtig in Amsterdam en Parijs

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *